Impressies

6 augustus 2014

De taxichauffeur die me voor 40 cordobas (€1,50) naar de andere kant van Managua brengt, stopt onderweg bij een benzinestation. Hij laat er voor 100 cordobas benzine ingooien. Dat is ongeveer vier liter.

Die grote koloniale gebouwen worden allemaal opgekocht door buitenlanders, vertelt mijn gids in Granada me. Een goede zaak vindt hij. Die buitenlanders hebben geld om die gebouwen te renoveren, daar wordt de stad mooier van en daardoor komen er meer touristen. Dat geeft de economie een impuls.

Ik heb die economie al enorm zien groeien in die paar dagen dat ik hier ben, zo laat ik weten.

In het park is een man met trage bewegingen het vuil aan het verzamelen. Als de container waar hij het afval ingooit vol is, gooit hij hem leeg op een vuilstortplaats net naast het park. Daar heeft de wind vrij spel en zo waait een groot deel van het verzamelde vuil weer de stad in. Een soort perpetuum mobile.

Twee kinderen op blote voeten en zonder shirt, komen het afval op het vuilstortplaatsje naast het park inspecteren. Ze trekken alles uit elkaar en kijken of er nog iets ligt dat ze kunnen gebruiken.

Een taxi komt richting het overdekte terras waar ik koffie zit te drinken gereden. Zonder aarzeling rijdt de chauffeur het terras op om zijn passagiers uit te kunnen laten stappen zonder dat ze nat worden. De uitbater van het restaurant moppert, maar niet met veel overtuiging. Hij is blijkbaar wel blij met de nieuwe klanten.

Het was een erg warme dag en ik besluit de koelte van de avond te gebruiken voor een wandeling. Mijn hotel staat in een tamelijk luxe buurt, de huizen hebben tralies voor de ramen en een hek om de tuin. Bij een aantal huizen zit een nachtwacht in de tuin. Behalve de wachten is er niemand te zien. De straten zijn volkomen verlaten. Pas verderop bij de grote doorgaande weg zie ik auto's rijden, maar voetgangers zijn er nauwelijks. De volop aanwezige taxichauffeurs claxoneren om mijn aandacht te vestigen op hun beschikbaarheid.

Een taxichauffeur die me de straat ziet oversteken komt naar me toe om te vragen waar ik naartoe moet. Het is hier vlakbij, zeg ik, dat loont voor u de moeite niet. Waar moet je zijn dan, vraagt hij. Ik vertel het hem. Oh, zegt hij, dat is inderdaad niet ver. Kijk vriend, zegt hij, terwijl hij zijn hand op mijn schouder legt, als je nu tussen die twee huizen doorloopt, door dat witte hek, is het nog korter.

Ik loop richting het park dat volgens mijn reisgids een erg aangename plek is om de zondagmiddag door te brengen. Veel families die een ommetje maken en tentjes met frisdrank en versnaperingen.    Een hek blokkeert de weg. Naast het hek staat een agent met een Kalishnikov. Weet u misschien waar het park is, vraag ik de agent. Wacht hier, zegt hij. Vervolgens loopt hij een paar meter bij me vandaan en begint in zijn communicatieapparatuur te praten. Even later komt er een jeep aangereden met een officier. Wat ik van plan ben, zo wil de officier weten. Nou, alleen maar wandelen in het park, volgens mijn reisgids is het park daar erg geschikt voor. Kijk hier staat het, zeg ik, terwijl ik de gids uit mijn rugzak haal. De officier kijkt nog eens naar me. Het woord doordringend is denk ik op zijn plaats. Het park is gesloten, zegt hij vervolgens. Goh, zeg ik, dat is jammer.

Het gebouw waar het nationaal museum is gevestigd, het voormalig paleis, is enorm. Als dat helemaal is volgepakt, dan moet de collectie indrukwekkend zijn, zo denk ik. In de eerste zaal zijn enkele delen van mammoetbotten tentoongesteld. De tweede zaal kent een verzameling aardewerk, voornamelijk scherven, uit de periode 500 voor tot 1500 na Christus. Dan zijn er enkel poppen die uitbeelden welke spelletjes de indianen vroeger speelden.

De volgende zaal is bijzonder. Je hoort mensen die moderne kunst zien wel eens zeggen: dat kan mijn dochter van 8 ook, zo'n schilderij maken. Als dat zo is, zo moet de conservator van dit museum gedacht hebben, dan moeten we daar ook de ruimte voor geven. Tientallen kindertekeningen vullen een enorme zaal.

In de volgende zaal is ruimte gemaakt voor het handwerk van een vrouwencollectief en de laatste zaal is gevuld met felbeschilderd van hout gemaakt fruit, zoals je dat in een souvenierwinkel verwacht aan te treffen.

Vorige
Vorige

De Boulevard

Volgende
Volgende

Het Diner