Ik
14 augustus 2014
Iets te laat vind ik de bus van Masaya naar Granada. Het regent pijpenstelen en ik kon niet tegelijkertijd schuilen en naar de bus zoeken. Tamelijk doorweekt blijf ik in de deuropening van de bus staan, verder kom ik niet. De bus is vol. De conducteur denkt daar anders over, hij begint iedereen naar achteren te dirigeren, hier en daar wat duwend en trekkend. Het is een oude Amerikaanse schoolbus. De Nicaraguanen hebben 21 rijen met stoeltjes geplaatst en steeds 5 zitplaatsen per rij. In het smalle gangpad worden de passagiers zo dicht mogelijk tegen elkaar geduwd om een zo hoog mogelijke omzet per rit te kunnen realiseren.
Ik kan alleen zijwaarts staan, anders pas ik niet in het gangpad en zo sta ik uiteindelijk met mijn linkerbeen tussen twee rugleuningen gekneld en met mijn rechterbeen tussen de schouders van twee vrouwen aan weerszijden van het gangpad. Als een van ons drieën ook maar iets beweegt, wordt het wel erg intiem.
Het gangpad is net iets minder hoog dan ik lang ben en iedere keer dat de bus door een kuil rijdt, stoot ik mijn hoofd tegen de stang die aan het plafond is bevestigd als handgreep. De vrouw achter mijn rechterbeen probeert me weg te duwen, omdat mijn rugzak haar hindert. De vrouw die links naast me staat, probeert me ook weg te duwen, omdat mijn elleboog af en toe haar hoofd raakt, maar het duwen helpt niet, want ik kan geen kant op. In totaal heeft de bus ongeveer 150 passagiers. Als we ongeveer een derde deel van de afstand hebben afgelegd, begint de conducteur de ritkosten op te halen bij de passagiers. Ik kan moeilijk omschrijven welke acrobatische toeren ik heb moeten uithalen om de conducteur te betalen, maar vooral om hem te kunnen laten passeren. Op andere momenten zou ik daar wellicht trots op zijn geweest. Het duurt bijna een uur, de rit naar Granada, dan mag ik er weer uit.