Comfort zone plus 8.000 Km!
Last me jullie boarding pass eens zien. De mevrouw achter de helpdesk op het vliegveld van Nairobi bestudeert de documenten. We hebben vandaag heel veel uren in verschillende rijen staan wachten. Soms leek het of de beambte voor wie we in de rij stonden inmiddels was overleden. Dat wachten leverde uiteindelijk iedere keer het gewenste resultaat op. Behalve de laatste keer, bij het afhalen van de koffers. Jullie bagage wordt direct doorgestuurd naar Lilongwe, zegt de helpdeskmedewerkster, kijk, dat wordt genoemd als eindbestemming. Maar in Amsterdam zeiden ze juist nadrukkelijk dat we de bagage in Nairobi moesten ophalen en morgen, als we verder reizen naar Lilongwe, opnieuw moeten inchecken. Nee, zegt de medewerkster, dat klopt niet.
Terwijl de taxi die ons, zonder koffer, naar ons hotel brengt wegrijdt, klikken de deuren op slot. Hij rijdt eerst over een snelweg richting Nairobi, dan over een parallelweg de andere kant op en dan weer over een klein weggetje dat parallel aan de parallelweg loopt weer de andere kant op. We zien een soort industrieterrein, geparkeerde vrachtwagens en verder niets; er is nauwelijks verlichting. Dan slaat de taxi rechtsaf en rijden we over een hobbelige zandweg de totale duisternis in. Vervolgens komen we op een nog kleiner en nog hobbeliger zandpad. Het licht van de koplampen benadrukt de leegte van het terrein. Na een tijdje zien we in de verte paarse en roze neonverlichting. Het blijkt ons hotel te zijn, de drie bewakers schuiven de poort open om ons binnen te laten.
Doordat ik me vergist heb in de tijd, vertrekken we te laat uit ons hotel. Een shuttle van het hotel brengt ons, samen met vier Arabische mannen en een Afrikaanse vrouw naar het vliegveld. Onderweg moet er getankt worden. Gelukkig duurt dat niet lang. Na het tanken wil de motor van het busje echter niet meer starten. De chauffeur probeert het nog eens: niets. Startkabels worden aangesloten op de accu van een andere auto, zonder resultaat. De Arabische mannen (hun vliegtuig vertrekt twee uur later dan het onze) liggen dubbel van het lachen. Het busje starten op de accu van zo’n klein autootje, dat kan niet werken, zeggen ze. Uit de garage naast het tankstation wordt een grotere accu gehaald: niets. Nog een grotere accu; weer niets. De chauffeur belt voor een vervangend busje. Wanneer we in het vervangende busje zitten zegt hij: dit is een prima busje, het brengt jullie zonder problemen naar het vliegveld. Dat andere busje is overigens ook een goed busje, voegt hij er aan toe, alleen doet hij het nu even niet.
Op het vliegveld van Lilongwe staan we alweer een hele tijd te wachten bij de bagageband. Koffer na koffer komt voorbij, maar niet die van ons. Ik heb hier een slecht gevoel over, zegt Arja. Ik ook, zeg ik. Maar dan, het lijkt een wonder, komen onze koffers plotseling toch in beeld.